een samenwerkingsverband van
no-nonsense communicatieprofs

Wie we zijn

NoBuro is een samenwerkingsverband van zelfstandige no-nonsense communicatieprofessionals. Stuk voor stuk mensen met jarenlange ervaring. 

Sommigen werken van meet af aan als zelfstandig ondernemer. Anderen hebben een bureau gerund, maar zijn weer teruggekeerd bij de basis: dat doen waar je goed in bent. En vooral wat je leuk vindt. We delen kennis en ervaring, inspireren elkaar en pakken met elkaar communicatievraagstukken op.

Waarom NoBuro? Om onze klanten de service en power te kunnen bieden van een bureau, maar zonder de extra kosten van overhead, trafficmanagement of een duur kantoor. Dat is één. En verder: NoBuro-leden houden van hun vak. We zijn immers de creatieven. We willen dingen maken, dingen in beweging zetten. Daarvoor hebben we elkaars ondernemerschap, passie en ervaring nodig. Samen kun je meer, voor minder. Dat is het idee.

Wat we doen

Wij verzorgen de communicatie voor zeer uiteenlopende opdrachtgevers, van commerciële ondernemingen tot brancheorganisaties, instellingen of stichtingen. We bieden ondersteuning als het gaat om de uitvoering van communicatie, we adviseren u over de communicatierichting, we maken (samen met u) een communicatieplan, we zijn thuis in het bouwen van websites, het vormgeven van een social mediastrategie, fotografie, design, tekst. You name it. We houden van een uitdaging en dat kan ook een op het eerste gezicht eenvoudige communicatievraag zijn.

Hoe we werken

Bij NoBuro heeft u, net als bij een bureau, één aanspreekpunt (de hoofdaannemer). Hij of zij zorgt ervoor dat de juiste teamleden worden benaderd om uw communicatievraag in te vullen. Dat team is dus zo groot of zo klein als nodig is op het moment van de opdracht. De hoofdaannemer heeft altijd een korte lijn met uw bedrijf en houdt u op de hoogte van de voortgang. 

Wat kunt u verwachten? Dynamiek, oplossingsgerichtheid, service. Altijd met uw bedrijf en uw doel voor ogen. Met onze no-nonsenseaanpak komen we snel to the point. En o ja, we zijn soms best kritisch. En zeker geen jaknikkers. Een tikkie eigenwijs, omdat we geloven dat je alleen dan tot goede en verrassende resultaten komt. Van idee tot uitvoering, en alles daar tussenin.

Waarom NoBuro:

  • Een flexibel team van ervaren communicatieprofessionals
  • Alle disciplines verzameld
  • Eén aanpreekpunt
  • Geen overhead en andere onnodige kosten

Cases

Voor wie

Voor iedereen met een communicatievraag. Maar als we wat meer inzoomen: vooral voor het midden- en kleinbedrijf en bijvoorbeeld instellingen en brancheverenigingen. Organisaties die moeten communiceren maar die het ontbreekt aan kennis en/of capaciteit. We zijn een verlengstuk van de communicatieafdeling of we zijn de communicatieafdeling.

Ook schuiven we graag aan bij deelprojecten van grote communicatieafdelingen of communicatiebureaus. 

Blog

22 september 2017 | Nancy Alders

Oh nee, een dag niet praten!

Oh nee, een dag niet praten!

Ik ben nogal druk in mijn hoofd. Misschien niet zo gek ook: mijn werk is communiceren. Laatst kwam mijn moeder met het rapportboekje van de lagere school aanzetten. In klas 3 - het huidige groep 5 -schreef mijn juf, mevrouw Van Dalen: ‘Ze kan haar gedachten vlot en duidelijk onder woorden brengen.’

Dat kan ik nog steeds. Ook ’s nachts trouwens. En wel in alle talen. Duits, Engels, Frans en Spaans, ik spreek het gewoon ook in mijn dromen. Hele conversaties. Gezellig hoor, maar ik zou zo graag dat knopje vinden waarmee ik die drukte eens uit zou kunnen zetten. Zowel ’s nachts als overdag. Zoals mijn man. Als ik hem vraag waar hij aan denkt als hij in bed naar het plafond staart, zegt hij: ‘Niks…’ Nihiks? Hoe kun je nou aan niks denken?! Dat wil ik ook! Misschien moet ik een week het klooster in. Daar leer ik vast hoe ik m’n hoofd kan legen. ‘Slecht idee’, werd mij verteld door een heldervoelende. ‘Het enige wat dat jou gaat brengen, is dat je daarna superblij bent dat je weer mag praten!’ Oké, toch maar niet dus. Een week afzien voor die one minute of happiness is dus zonde van mijn tijd.

Een mindfulness training zou wel goed voor me zijn, zei diezelfde heldervoelende. En zo ging ik op zoek op het internet naar een passende training. ‘Lijkt het soms ook een kroeg in jouw hoofd?’ kopte de eerste website die ik opende. Herkenning! Dat heb ik ook! Maar ja, 6 avonden van 2 uur… wacht, een Mindful Yoga Retreatdag. ‘Tijdens de yoga retreat wordt er door de deelnemers niet gesproken. Je hoeft niet leuk of interessant te doen, of aardig gevonden te worden.’ Ik twijfelde even. Die tweede zin beviel me wel, maar een dag niet praten?! Ach, ik hou wel van een uitdaging en dus schreef ik me in.

Tijdens het ochtendprogramma wisselden stiltemomenten, yoga- en ademhalingsoefeningen elkaar af. Dit ging best goed. Maar toen kwam de lunch. Er werd ons vriendelijk doch dringend verzocht niet te praten. ‘Zo leer je je aandacht naar binnen te richten en kun je dichter tot jezelf komen’, zei de yogadocente. Ze had speciaal de tafel kleurrijk gedekt: oranje humus, komkommer, groene pesto, tomaten, crackers, boerenbontservies… zodat we meer aandacht hadden voor het eten. Als we klaar waren, mochten we iets voor onszelf gaan doen. In de yogaruimte zitten, naar buiten… maarrrr, mondje dicht!

Ik heb het 20 minuten volgehouden en toen vluchtte ik naar de yogaruimte. Het enige wat ik tijdens de lunch dacht, was: ‘Niemand in de ogen kijken, blijven eten, wat een leuke muurtegeltjes…’ Maar ik voelde me eigenlijk vooral verdrietig. Alleen. Ik wil praten! Ik wil weten hoe anderen de training tot nu toe beleven. Vertellen hoe ik me voel. Ik voelde me nu ‘asociaal’ in een sociale omgeving! Dit voelt helemaal niet goed! Hier moest ik weg! Als ik dan m’n aandacht naar binnen moet richten, dan doe ik dat liever alleen.

Allemachtig, wat was ik weer blij dat ik na de training weer mocht praten. En dat al na een dag… Inderdaad, een week klooster is niks voor mij. Dichter bij mezelf ben ik wel gekomen. Ik weet het nu zeker. Van communiceren word ik blij. En mensen kunnen wel zeggen: ‘Je kunt leren een dag je mond te houden’, maar hoezo dan? Ik word hier gewoon niet blij van! Waarom zou ik het dan moeten leren?

En dus weet ik het nu helemaal zeker. Mijn juf uit klas 3 had het allang door: communiceren is mijn ding. Daar word ik namelijk happy van! Eigenlijk had de titel van deze blog ook kunnen zijn: ‘Een dag niet gepraat, is een dag niet geleefd’. Wel wil ik nog steeds dat knopje vinden. Maar dan om hem, als ik daar behoefte aan heb, een klein tandje naar links te kunnen draaien. Lijkt me bij nader inzien meer dan genoeg.

Nancy Alders, (web)tekstschrijver, project- en communicatieadviseur

Lees meer

13 september 2017 | Sjaak van Hal

Het belang van eerste rang

Het belang van eerste rang

Elke tekstschrijver maakt het weleens mee: de klant is niet te tevreden met je eerste concept. Flink balen en het voelt altijd een beetje als een klap in je gezicht, want je hebt er toch je ziel en zaligheid ingelegd. Na die eerste schok rijst onmiddellijk de vraag: wat ging er mis?

Een schrijfopdracht begint met een briefing, maar de ene briefing is de andere niet. De ene opdrachtgever werkt volgens een keurig sjabloon met onderwerp, achtergrond, insteek, beoogd doel, voorbeeldvragen, enzovoort. Van de ander ontvang je een lijvige, maar warrige e-mailwisseling tussen diverse personen, waaruit je - soms zelfs tussen de regels door - de essentie moet zien te peuteren. Of juist helemaal niets lijvigs, maar slechts een paar regels in staccato waar het artikel over moet gaan. In de laatste twee gevallen zouden alle alarmbellen direct moeten gaan rinkelen om terug te keren naar de basis: wat behelst de opdracht precies?

Want in de ideale situatie zit je met de klant aan tafel tijdens een redactieoverleg. Dit biedt jou als tekstschrijver de gelegenheid nadere uitleg te vragen om de opdracht scherp in beeld te krijgen. Vaak gebeurt dit niet uit praktische, logistieke en/of budgettaire overwegingen. Natuurlijk kan verduidelijking van de briefing ook telefonisch of per e-mail, maar er gaat niets boven ‘eerste rang’, met de ideeën van het redactieteam heet van de naald.

En dan is er nog de gevaarlijkste valkuil van de briefing: het van-horen-zeggeneffect. Op papier kan een briefing er prima uitzien, maar soms betreft dat de interpretatie van bijvoorbeeld de bureauredacteur, artdirector of projectleider die, in tegenstelling tot jou, wél bij het redactieoverleg aanwezig is geweest. Dat is echt vragen om problemen. Wie kent niet het spelletje van in een kring zitten, waarbij de eerste persoon een boodschap leest en deze doorfluistert aan degene die naast hem zit? Die fluistert de boodschap door naar de volgende, die weer hetzelfde doet naar zijn buurman of -vrouw en dit zo de hele kring rond, tot de boodschap weer bij de bron terugkeert.

Het verhaal dat diegene uiteindelijk terugkrijgt, lijkt meestal in de verste verte niet meer op de oorspronkelijke boodschap. Hoe groter de kring, hoe groter de afwijking, tot een geheel nieuwe waarheid ontstaat. Of zelfs de grootst mogelijke onzin. Hoogst vermakelijk als het om een spelletje gaat, dodelijk voor een briefing. Als tekstschrijver kun je dus maar beter eerste rang zitten.

Sjaak van Hal

Tekstschrijver

Lees meer

14 juli 2017 | Gijs Coffeng

En toen had ik een trouwwens

En toen had ik een trouwwens

In veel kringen ben ik de taalpurist, de man van de puntjes op de i, die zich kan opwinden over een slecht geschreven stuk tekst. Maar ik geef het maar meteen toe: ik ben niet de meest nauwkeurige in het keurkorps der tekstschrijvers. Hoewel de sites van Onze Taal en de Taalunie mij goedgezind zijn, en ik bijvoorbeeld door hen weet dat langeafstandsloper één woord is, net als vrijesectorhuurwoning, kan ik zelf nog weleens een foutje maken tijdens het typen.

Misschien wel in mijn enthousiasme, als ik er lekker in zit, typ ik zo snel dat ik over mijn eigen toetsen struikel. En dan sluipen er dus slordigheden in de tekst. En ik weet het! Dus ik ben erop bedacht. Check, check, double check, dat is het devies. Geen tekst gaat de deur uit zonder nogmaals gelezen te zijn. En als het even kan, kijkt er nog een tweede tekstschrijver mee.

Als ik dit vertel in mijn vriendenkring is de reactie vaak: “Dan zet je toch de spellingscontrole aan.” Ja, hé, dat doe ik ook! En een spellingscontrole is zeker nuttig, maar we kunnen er niet blind op varen. Kennen we niet allemaal een tekst waarin we ‘kunnen’ bedoelden maar ‘kunne’ hebben getypt? Zo las ik laatst mijn van rode kringeltjes ontdane tekst nog een laatste maal door en had ik plots een trouwwens. En ja, dat is natuurlijk een keurig Nederlands woord en was daarom door de spellingscontrole goedgekeurd. Maar ik bedoelde uiteraard ‘trouwens’.

Even was ik verrast door de uitgebreide vocabulaire van mijn VAIO, maar ik voelde me tegelijkertijd ook superieur. De computer is nu eenmaal dommer dan de mens. Het apparaat kent geen context, is niet flexibel, niet creatief. Zo hoef je – ander voorbeeld – bij je navigatie niet aan te komen als er een omleiding is. Die blijft je maar terugsturen naar de juiste route. “Keer om, keer om!” En dan komt het er toch echt op aan dat we zelf nadenken, zelf creatief zijn, zelf weten waar we het over hebben. De computer is een mooi stuk gereedschap, het vakmanschap zijn we zelf. Gelukkig maar.

Gijs Coffeng, tekstschrijver

Lees meer
huijskensbickerton

info@noburo.nl
06-48176559